Natewisch
Geschiedenis
Van middeleeuws leengoed tot beschermd monument
Gezicht op het huis Natewisch ten zuidwesten van Amerongen, L.P. Serrurier, ca. 1700
Eerste vermelding
Het perceel komt in leen bij Gijsbert van Zuylen. Een woning kan op deze plek al in de dertiende eeuw hebben bestaan.
Bouw van de woontoren
Baksteenonderzoek dateert de huidige toren in de veertiende eeuw. De toren behoort tot het type solitaire ridderhofstad, zeldzaam in het Nederlandse landschap.
Eerste schriftelijke leenakte
De vroegste bekende schriftelijke bron legt Natewisch vast als leen van de graaf van Gelre.
Erkenning als ridderhofstad
De Staten van Utrecht erkennen Natewisch officieel als ridderhofstad in oktober van dit jaar.
Getekend door Roelant Roghman
De vroegst bekende afbeelding van Natewisch stamt van de Amsterdamse tekenaar Roelant Roghman, die rond 1646–1647 vele Nederlandse kastelen vastlegde. Hij toont een drieledige toren.
Overdracht aan de familie Taets
Emerentia Geertruid van Zuylen huwt Joost Taets van Amerongen. Via het Zutphense erfrecht, dat vrouwen toestond te erven, gaat het goed over naar de familie Taets van Amerongen.
Einde van het Van Zuylen-tijdperk
Na ruim vier eeuwen komt Natewisch volledig in handen van de familie Taets van Amerongen, waar het sindsdien is gebleven.
Grote verbouwing
Gerard Godart Taets van Amerongen laat aanzienlijke uitbreidingen uitvoeren aan het kasteel.
Sloop van de aanbouwen
De achttiende- en negentiende-eeuwse uitbreidingen worden gesloopt. De middeleeuwse woontoren, de kern van het geheel, blijft intact.
Grondige restauratie
Een zorgvuldige restauratie geeft de toren zijn huidige gedaante en zorgt voor een solide basis voor de toekomst.
Oprichting van de stichting
De Stichting Taets van Amerongen van Natewisch wordt opgericht en neemt het eigendom en beheer van het kasteel over.
Beschermd rijksmonument
Natewisch is aangewezen als rijksmonument onder de nummers 7761 en 45457. Delen van het terrein genieten bescherming als archeologisch monument.